woensdag 22 februari 2012

Foutloos Nederlands



Nederlands is een moeilijke taal om te beheersen, grammaticaal correct Nederlands een hele opgave.
Lang geleden had ik een collega bij een automatiseringsbedrijf. Hij was Neerlandicus. Hij vertelde me dat de meeste Nederlanders zelden tot nooit een grammaticaal juiste zin uitspreken. Ik nam dat graag van hem aan, zag hoe vaak anderen en ook ik zelf rommelden in de snelheid van het spreken. En toch tolereren we het van elkaar, we begrijpen wat we bedoelen en benutten de inhoud van het gezegde. Hoe anders is het met geschreven Nederlands. Iedere fout valt op. 
Stijlfouten, spelfouten, grammaticafouten, interpunctiefouten, logische fouten, allles wordt in het schrift zichtbaar en uitvergroot. Ik lees deze tekst door en zie ze staan, al die vergrijpen tegen het correcte Nederlands. Ik probeer ze te laten staan, probeer ze zelfs expres te maken om te zien of we toch ook bij geschreven tekst de inhoud laten prevaleren boven de regels van de taal. Maar het kost me moeite. Veel moeite. Ik heb al weer 3 fouten gezien, en er twee gecorrigeerd.

maandag 30 januari 2012

De laatste weg van een hond


Ik ben op weg naar mijn auto. Twee portieken verderop komt een somber kijkende man de trap af. Hij draagt een hondje in zijn armen. Het hondje kijkt ook somber.
Ach gut, denk ik, wat sneu. Dit wordt vast het hondje z’n laatste gang. De man gaat het beestje laten inslapen. Ik krijg warm-medelevende gevoelens. En wat zeg je in zo’n situatie?
Wij hadden vroeger ook een hond, en op enig moment heeft die ook haar laatste weg bewandeld. Ik was er niet bij, ik was op vakantie, dus ik weet niet of mensen het gezien hebben en iets gezegd hebben.
Maar goed, daar komt die man met dat hondje in zijn arm naar buiten, en ik twijfel. “Sterkte meneer”? “Ze heeft vast een goed leven met u gehad”? “Het is niet makkelijk, hè”?
Ik weet het niet zo. Ik ken de man niet goed, het is een achter-achterbuurman. Ik besluit medelevend naar hem te knikken, en stap mijn auto in. Zoef, weg.
Het is tien minuten later. Ik bedenk dat ik iets vergeten ben en rijd terug naar huis.
Nou ja! Daar loopt die man met die hond door het gras. En daar poept het beest ook nog. Ik hoop maar dat die vent de stront opruimt.
Schijthond.

maandag 19 december 2011

Heldendaad in de Kinkerstraat



Mijn broer en ik hebben een boek geschreven over heldhaftige helden en heldendaden. Het is een mooi boek geworden. We komen er zelf ook in voor, als honden-uit-het-water-redders. Wat niet in het boek staat, is dat ik ook wel eens een schoolgenoot van een smeltende ijsschots heb geholpen en mijn dochter net op tijd van een val in een diepe gracht heb weten te behoeden. Het zijn goede daden waar ik trots op ben, maar zijn ze echt heldhaftig? Nee. Ik vind van niet.
In ons boek breken we een lans voor echte heldendaden, voor zelfopofferende dapperheid, voor actieve burgerzin. Sinds het schrijven van het boek ben ik zelf ook meer gespitst op de mogelijkheden die me geboden worden om me van mijn dappere kant te laten zien.

Vandaag was het zover. Het was een donkere, regenachtige koopavond en ik fietste over de Kinkerstraat naar huis. In het vage lamplicht zag ik iemand tegen een winkelpui op de stoep liggen. Een grote man stond half over het lichaam heen gebogen, pakte het vast en sleepte het weg.
Ik dacht nog even aan de oproep 3 tikken uit te delen, maar wist niet zo snel welke. 123? 112? 114? Intern maakte ik een wegwerpgebaar. 3 Tikken! Wat een suffe oproep.
Dit was mijn kans, mijn heldhaftige moment! Ik remde, riep: “hé, jij daar, laat dat!’ en sprong van mijn fiets af. Ik rende op de grote vent en het slachtoffer af, bereid mijn eigenbelang op te offeren. Maar voor wie? "Voor wat?" bleek de betere vraag. Ik was bereid mijn eigenbelang op te offeren voor een omgevallen, verregende etalagepop.
De winkelier ging onverstoord verder met sjouwen.

maandag 14 november 2011

een kistje voor alzheimer

Ik zag vandaag de documentaire van Terry Pratchett over de zelfgekozen dood van ernstig zieke mensen (Terry Pratchett: "Choose to die"). Het was uiterst indrukwekkend, niet in het minst omdat je in de documentaire een man ziet sterven die sprekend lijkt op de vader van mijn beste jeugdvriend.

Terry Pratchett heeft alzheimer, en vreest het moment dat hij niet meer bij machte is te doen wat hij het liefste doet, en vreest ook dat hij misschien niet in staat is het juiste moment te kiezen om er dan nog iets aan te doen.

Ik heb geen alzheimer. Ik heb ook geen speciale reden om nu voor alzheimer te vrezen. Mijn ouders stierven met andere kwalen. Eén van mijn grootouders werd op 85 jarige leeftijd dement. Zo oud ben ik nog lang niet. Twee van mijn grootouders stierven een onnatuurlijke dood omdat anderen hun leven onwaardig achtten. En één grootouder stierf een natuurlijke dood op hoge leeftijd, maar in bezit van de meeste van zijn geestelijke kwaliteiten.

Toch denk ik de laatste tijd vaker aan deze kwaal. Ik vrees voor mezelf en anderen het verlies van geheugen en andere vermogens. Ik begrijp dat het korte termijn geheugen als eerste verdwijnt. Ik verzin er een dom mopje bij.

Vraagt de dove:  “sorry, wat zei je?”

Vraagt de alzheimer patiënt: “sorry, wat vroeg je?”

Daarna zal het lange termijn geheugen gaan verwarren en vervagen.

Voor het schrijven van deze stukjes graaf ik steeds in mijn geheugen. Daarnet, vanmorgen, gisteren, vorig jaar, jaren geleden en verder daarvoor ligt de bron van een deel van wat ik schrijf. Ik zoek de gebeurtenissen af met woorden en beelden en geuren en stuit al associërend op iets beschrijfbaars.  Stel dat die methode straks niet meer werkt. Wat dan?

En zo kom ik op wat ik de laatste tijd doe. Ik zoek objecten met een sterke symbolische betekenis voor gebeurtenissen, periodes, activiteiten, mensen uit mijn leven. Nu bedenk ik nog wat die objecten zijn, maar straks wil ik ze ook feitelijk bijeen garen om ze in een grote doos te doen: mijn externe associatieve geheugen.

Later zal ik er misschien gebruik van moeten maken, en zal ik dankbaar zijn voor die aardige meneer die die kist voor me gevuld heeft.

“Hoe heette die meneer? Aby? Nooit van gehoord.”

zaterdag 5 november 2011

Negatief gewicht



Mijn huisarts was van mening dat er meer dan genoeg was van mijn goddelijke lichaam, en dat het tijd was voor een dieet. Vooruit dan maar. Meer volkorenbrood, volkorenpasta, ongeslepen rijst, en aanzienlijk minder snoep en koek en taart. Het is even wennen. Ik betrap me bij de dagelijkse boodschappen op langdurige blikken op kleine lettertjes over calorieën en suikers en vetten. Zo doe ik kennis op over zaken die voorheen volledig aan me voorbij gingen.
Naast diëten onderneem ik ook ander pogingen om mijn gewicht omlaag te krijgen. Zo ben ik naar de kapper gegaan, peuter ik neus en oor, en houd ik mijn nagels schoon en kort. Alles zet zoden aan de dijk.
Ik doe ook wat onderzoek. Zo weet ik nu dat een volwassene per dag makkelijk 1 kilo urineert en dat een rondje seks wellicht calorieën verbrand maar dat een ejaculatie nauwelijks gewicht in de schaal legt (variërend van minder dan een gram tot enkele grammen).
Ter ondersteuning van het dieet heb ik ook een nieuwe weegschaal, een hypernauwkeurige digitale met geheugens voor van alles wat ik niet en wel wil weten.

Vanmorgen stond ik op de schaal en zag het resultaat. 84,6 kilo, ruim 4 minder dan een half jaar terug. Direct erna moest ik naar het toilet. Hier zag ik toch de kans om iets te meten dat ik als klein kind al wilde weten, maar waar ik mijn handen en weegschaal nooit aan vuil mocht maken. Hoeveel weegt poep? Direct na het toiletbezoek stond ik weer op de weegschaal. 84,7 kilo. Ik woog opeens een hele ons meer.
Ik weet het zeker -laat de jongens in Oslo de Nobelprijs maar vast reserveren- hiermee ben ik op het spoor van een grootse ontdekking,  het bestaan van negatief gewicht! Mijn lichaam creëert zelfstandig zwarte gaten.
Of ik leer iets over nauwkeurigheid.

woensdag 12 oktober 2011

Het leuke aan schrijven



Een van de leuke dingen van het schrijversvak is dat ik wel eens op scholen op mag treden. Dan vertel ik over van alles en nog wat, lees ik voor, maak ik verhalen met de kinderen, ontwikkel ik nieuwe figuren, geef ik tekenles (ja, echt waar). En ik mag dan graag vragen beantwoorden.

Bijna altijd wordt ik gevraagd wat er nu zo leuk is aan schrijven. En dát vind ik dan op zich ook leuk. Nog nooit is me gevraagd wat nu niet leuk is aan schrijven. Daar zou ik ook best antwoord op weten. De dagen weken maanden kwartalen dat ik geen idee heb wat ik moet schrijven, bijvoorbeeld. De onzekerheid of ik het nog wel kan. De ergernissen over niet of traag reagerende uitgevers, het soms ridicuul oppervlakkige of taal-onvaardige of smakeloze of achteloze commentaar van redacteuren, de stomme of afwezige recensies, de tegenvallende verkopen, de uitgevers die traag betalen.  Ik kan makkelijk antwoord geven op de vraag wat er niet leuk is. Maar gelukkig zijn de kinderen op de scholen die ik bezoek positief ingesteld. Ze verwachten leuke dingen te horen, ze verwachten geen ellende, schrijven is leuk.

Daarom vragen ze wat er leuk is aan schrijven, en dan antwoord ik waarheidsgetrouw dat alles leuk is aan schrijven. Alles.

donderdag 22 september 2011

EU regulering voor Croissants hard nodig!


Hoe moeilijk is het nu om croissantjes te maken? Je verwarmt je oven voor, trekt een blikje Dannerolles open, en hup, 15 minuten later zijn ze klaar. Goed, het is niet het lekkerste croissantje ter wereld (die komen van en bakker uit Brussel, gelegen aan de Ixeslse steenstraatweg), maar ze zijn niet slecht.
De bakker bij mij om de hoek bakt er niets van.  Te droog. De pseudo-versafdeling van de Albert Heijn doet het nog redelijk. De bakker iets verderop weet niet dat je croissants van bladerdeeg moet maken. In Frankrijk wisselde de kwaliteit per bakker, maar was meestal redelijk. In Italië konden ze het niet laten de croissants te vullen met vieze smurrie of te bedekken met een suikerlaag.
En zo is een reis langs bakkers een ontdekkingstocht met veel teleurstellingen en enkele feestelijke momenten.
Ik ben geen groot voorstander van normalisatieregelingen van de EU, maar op dit gebied zou er toch een standaard gezet mogen worden. Croissants die je bij de bakker koopt mogen niet slechter zijn dan de croissants die je zelf maakt met een blikje Dannerolles. Ze moeten zelfs  beter zijn, ter compensatie van de geur die je mist bij het zelf bakken van die dingen. Of misschien kunnen bakkers die geur bijleveren. In blik, of een spuitbus. Een EU-gereguleerde spuitbus, zonder schadelijke drijfgassen en navulbaar.
Croissantje kopen, even spuiten en kijk, een heerlijke ochtend.