vrijdag 29 juli 2011

Verlopen tijd


Er waren tijden dat ik horloges droeg, heel lang geleden. Ik had ze in soorten en maten, passend bij de mode en de tijdgeest. Totdat ik op en gegeven moment ontdekte dat de tijd geen begeleiding meer was maar een voortdrijver die me continu achter de vodden zat.
Ik deed geen horloges meer om, en miste ze geen moment. Tijd was overal om me heen, als natuurkundig gegeven maar ook zichtbaar, op allerlei apparaten en op openbare klokken, verstopt in tv programma’s en rechtsonder op de computer. Tijd was overal en tegelijkertijd was de tijd nooit hetzelfde. Ieder apparaat gaf op hetzelfde ogenblik een andere tijd aan. Sommige tijdsindicatoren liepen achter de tijd aan, anderen waren hun tijd ver vooruit. En als ik echt wilde weten hoe laat het was, dan duurde het zo lang voordat mijn ogen en hersenen de informatie verwerkt hadden, dat de tijd alweer verstreken was.
Praktisch gezien kon ik er echter best me uit de voeten. Ongeveer op tijd is ook op tijd, en bij sommige culturen zelfs meer dan bij andere. Mijn telefoon gaf de tijd goed genoeg aan.
Tot niet zo lang geleden. Mijn ogen verslechteren en ik kan de klok op mijn telefoon niet meer zo goed zien, of ik mijn bril nu wel of niet goed op heb. Ik ben toe aan een lekker groot horloge. Mijn standpunt is met het verstrijken van de tijd over de houdbaarheidsdatum heengegaan.

vrijdag 8 juli 2011

De maakbaarheid van succes


Ik was op een goedbedoelde bijeenkomst met goedbedoelende mensen. Een mevrouw die het beste met zich zelf en met ons en de wereld voor had hield een praatje over wat ons succesvol in het leven maakt, maatschappelijk succesvol, en over wat succesfactoren zijn. Ik weet het niet meer precies, maar het waren zaken als je eigen zwakte kennen, je angsten confronteren, authentiek zijn, gedisciplineerd zijn en je gevoel volgen.
Een hoopvol verhaal over kracht, dat ons kracht zou moeten geven.

Het hele verhaal irriteerde me. Er is niet zoveel mis met enige discipline, met het volgen van je intuïtie en met al die ander dingen. Maar zonder talent kom je nergens, je talenten heb je niet voor het kiezen (je mag blij zijn als je er überhaupt een paar hebt), en het is maar de vraag of iemand jouw talenten waardeert.

De dag na het praatje hoorde ik van het overlijden van mijn oudtante. Het was een diepdroef overlijdensbericht. Volgens de tekst had ze haar leven lang tevergeefs gewacht op de terugkeer van verwanten en tevergeefs gestreden voor een betere wereld. Haar leven was niet maatschappelijk succesvol. Ze had het talent als een van de weinigen te overleven in een tijd dat vijanden het op haar en haar volksgenoten gemunt hadden. En ze had het talent een betere en rechtvaardiger wereld te zien voor iedereen, terwijl de meesten van die iedereen daar niet op stonden te wachten. En ze kon zich opofferen. Zulke talenten verkopen niet, ze zijn niet sexy. Met al haar authenticiteit en wilskracht en intuïtie kon ze er geen succesvol leven van maken.

Tijdens het praatje van de goedbedoelende dame was ik geïrriteerd over haar verhaal. De dag erop, na het lezen van het overlijdensbericht, vond ik het weerzinwekkend.

woensdag 22 juni 2011

Zure oude man


Het is vandaag weer zo’n dag. Zo’n dag dat niet alles gaat zoals ik het wil, of weinig gaat zoals ik het wil, of niets gaat zoals ik het wil. Zo´n dag dat ik een slecht humeur heb. En ik zag het niet aankomen. Ik stond op, de zon scheen en ik was vrolijk. Maar mij goede humeur verdween op het moment dat ik anderen (mijn vrouw, mijn dochter, mijn pleegkind) zag. Er is niets mis met mijn vrouw. Er is ook niets mis met mijn dochter. En er is niets mis met mijn pleegkind. Ik hou van ze. Ik heb zelf direct of indirect voor ze gekozen. Ik heb geen spijt van mijn keuzes. Maar toch, ik zag ze, ik hoorde ze, ik kreeg te maken met hun invloed op mijn leven en ik kreeg een slecht humeur.
Arme ik.
Arme zij.
Het is nu niet zo dat ik mijn slechte humeur voor me hou. Zoals alles, wil ik ook graag mijn humeur delen. En met wie liever dan met vrouw en kind? En dan ook meteen goed. Niet met een oppervlakkig zinnetje als ‘gôh, ik heb een slecht humeur vandaag’. Nee. Ik wil ze graag laten voelen wat ik voel. Ik wil ze graag laten delen in wat ik heb, meemaak, doorleef.
Ik reageer heftig, bozig en onhebbelijk op alles waar ik op kàn reageren. En dat is nogal wat. Op waar alles staat (op de verkeerde plaats). Op wat ze zeggen (de verkeerde dingen) en hoe (de verkeerde toon). Op wat ze willen (verkeerde dingen op het verkeerde moment). Op alles.
Al met al, ik ben een zure, nukkige, oude man. Nu ik erover nadenk, net zoals mijn vader. Die reageerde ook behoorlijk nukkig, zonder dat ik wist wat ik verkeerd deed. Zomaar. Ik vraag me af of mijn vader zich er ook bewust van was dat hij een zure nukkige oude man was. Dat zijn boosheid net zo min iets met mij te maken had, als mijn boosheid met mijn dochter. Ik vraag het me echt af. Maar mijn vader is al jaren dood. Ik kan het hem niet meer vragen.
Ik had het ook aan mijn moeder kunnen vragen. Daar had ik misschien nog iets van kunnen leren. Maar mijn moeder is ook dood.
Te laat.

dinsdag 14 juni 2011

Vasectomie



Morgen ga ik onder het mes. Tenminste, dat is de bedoeling. Morgen ga ik als vruchtbare man het ziekenhuis in en kom ik eruit met doorgeknipte omgeklapte en dichtgeschroeide zaadstrengen, met de intentie om een steriele man te worden.
Als het goed is duurt het een paar maanden, maar daarna kan ik geen kinderen meer krijgen. Dan ben ik genetisch zinloos geworden, van potentieel producent tot puur consument omgetoverd.

Ik heb er natuurlijk over nagedacht. Wil ik nog kinderen? Nee. Weet ik dat zeker? Ja. Kan mijn vrouw zich niet laten steriliseren? Ja. Is dat beter? Nee. Waarom  niet? Omdat zo een ingreep bij een vrouw veel moeilijker is, met meer complicatiekansen
Brave antwoorden op logische vragen. Ik heb me ingelezen in de procedure en ben er klaar voor.
Denk ik.

‘Heeft u nog vragen?’ vroeg de dokter in het voorgesprek. ‘Nee,’ zei ik.
Maar nu vraag ik mij af of mijn ejaculaat anders gaat ruiken of smaken, meer of minder wordt, en wat er met mijn ballen gaat gebeuren. Krimpen die? En bovendien zie ik op tegen elke ingreep in mijn lichaam, zeker een die dagen pijn gaat doen. Ik wordt al zenuwachtig van een injectienaald.

Als je niet op komt dagen bij een geplande operatie wordt er een no-show tarief in rekening gebracht. Twee tientjes schijnt dat te zijn.
Twee tientjes.
Voor twee tientjes koop je het recht een watje te zijn. En een vent te blijven.
Pfui.
Twee tientjes.

Die heb ik nog wel ergens.

dinsdag 7 juni 2011

De ezel en de beer spelen Memory

Helemaal nieuw! de ezel en de beer hebben een eigen memoryspel. Downloaden van: http://www.abyhartog.nl/wordpress/ knippen plakken en spelen.

zaterdag 30 april 2011

sommige dingen veranderen nooit

Ik hou van uitspraken als “vroeger was alles beter”. Het zijn duidelijke uitspraken. Zo begint “vroeger“ bij nu, en omvat ze het hele verleden, en “alles” kent geen uitzonderingen.
“Sommige dingen veranderen nooit” is ook zo mooi. Het onbepaalde van "sommige” gecombineerd met het eindeloze “nooit”. Heerlijk. 
Lang geleden trok ik vaker met de trein door Europa. Meestal in de zomerperiode, met een interrailkaart, als vele andere Europeanen ook met de trein reisden. De treinen waren vol en de airco´s gebrekkig, vooral in zuidelijke en warmere landen. Hoe zuidelijker, hoe warmer, hoe voller, hoe beroerder de airco.
Ook nu reisde ik met de trein. Ik mag al lang geen interrailkaart meer gebruiken, als die nog zouden bestaan, daar ben ik nu veel te oude voor. Ik reisde vanuit het verre wegge  terug naar Nederland. De trein was vol, het was warm. De airco werkte niet goed.
Dat herinnerde ik me nog van vroeger. En er was nog iets dat ik me herinnerde. De geur van de papieren handdoekjes in de trein. Niets ruikt zo oud en stoffig en droog en muf tegelijk als papieren trein-handdoekjes. Na ze gebruikt te hebben, wil je het liefst je handen weer wassen en je handen vervolgens afdrogen aan je doorzweette haren of vakantievieze broek.
Misschien was vroeger alles beter, maar sommige dingen veranderen nooit.

donderdag 14 april 2011

uitgelachen schrijver



Ik lig in bed en lees een essay over een columnist die over alles kon schrijven. Zelfs dode dingen kon hij laten ademen, voelen, dansen. Ik ken de columnist niet. Is het een gemis? Ik weet het niet.

Peinzend sta ik op, ik moet naar de wc. Op de grond ligt een deken. Verfrommeld. Van de vrolijke kleuren die hij overdag heeft zie je niets. Grijs en grauw en zwart wisselen elkaar in plooibare schaduwen af. Ik loop om ons bed, op het nachtkastje naast Ingrid ligt een stapeltje boeken. Shades of Grey, een boek van Jasper Fforde ligt bovenop. De kaft wijkt een beetje omhoog, net als de bladzijde die ze het laatst gelezen heeft. Ik ken die bladzijden, ook de bladzijden die ze nog niet gezien heeft. Ik heb ze allemaal bevingerd en omgeslagen. Het boek was een cadeau van mij aan haar, maar ik was haar voor bij het lezen, zoals ik haar bij zo veel dingen voor ben.
Voorzichtig open ik de slaapkamerdeur. Ik wil Ingrid niet wekken, ook mijn slapende dochter slapend houden, en vooral niet de aandacht van de kat trekken. Als de kat eenmaal doorheeft dat de stille nacht niet stil meer is, begint zijn dag, en daarmee ook de onze, met gepiep en gepur en gemiauw om eten en aandacht. De deur kraakt. De deurkruk knerpt. Gelukkig blijft iedereen verder stil. Pff.
Nu de wc-deur nog. Zouden de dingen leven, dan zou de wc-deurkruk klagen over het gebrek aan hygiëne van zijn bezoekers. Maar wat zou het stukje zeep op het fonteintje te zeggen hebben? Witte zeep met grauwe groefjes. Zijn dat resten mensenvuil of verdroogde en verkleurde stukjes zeepschuim? Waar komen die grauwe groeven vandaan? Wat bepaald hun kleur en vorm? Kan een forensist herkennen wie hier de handen wast? Draagt die zeep het verleden met zich mee?
Ik doe mijn behoefte en wil een stuk wc-papier afscheuren. We hebben een stalen wc-papierhouder, met een opklapbaar klepje dat het papier beschermd - tegen wat? – en ook een scherp randje heeft om het toch al geperforeerde papier langs af te scheuren. Het klepje staat omhoog. Het is alsof de wc-papierhouder me uitlacht.

Ik schrijf dit stukje en herlees het. Natuurlijk lachte de wc-papierhouder me uit.