donderdag 3 mei 2012

Verval


Ik ben geen jonge bloem meer. Het is meer dan vijftig jaar gelden dat ik ben ontsproten. In alle redelijkheid mag ik aannemen dat ik de eerste helft van mijn leven al een tijdje achter me heb liggen.
Ik vind dat geen probleem, maar zie en voel de invloed van de tijd wel degelijk. Wat ooit strak was is wat losser, wat ooit sterk was is wat zwakker, wat ooit dun was is wat dikker. Ik zie en voel en hoor dingen anders. Niet meteen slechter of beter, anders. De ervaring voegt wat toe, de veranderde fysieke eigenschappen beïnvloeden de waarneming en ook de verwerking van prikkels.
Ik zie er ook schoonheid in.

Laatst was ik op de Keukenhof en zag de ontwikkeling en het verval in de bloemen, en zag een parallel met mijn eigen veroudering. Wat ooit strak was is wat losser, wat ooit sterk was is wat zwakker. Blaadjes verkleuren, krijgen andere vormen, verrimpelen en hebben minder weerstand tegen de zwaartekracht.
Ook hier zag ik schoonheid in.

Ik hanteerde mijn fotocamera vol enthousiasme, fotografeerde alleen de verouderde bloemen, en vroeg ook van mijn gezelschap bewondering voor wat ik zag.
Mijn dag was goed.
Totdat ik de onderhoudsdienst in actie zag. Daar reden ze met hun kruiwagens. Daar liepen ze met hun emmers. Rücksichtslos knipten ze alle bloemen af die tekenen van verval te zien gaven.
Het bood me een wijze les. Ik moet voorzichtig zijn met het trekken van parallellen en met beeldspraak.



vrijdag 13 april 2012

Respect voor de natuur


Ik ga de duinen in. Bij de ingang van een natuurgebied staan allerlei bordjes. “Blijf op de wandelpaden.” “Blijf minstens 25 meter van de runderen vandaan.” Respecteer de natuur.” “Doe dit en dit wel en doe dat en dat niet.” Ach ja, dat moet allemaal wel lukken, lijkt me.
Maar na een paar uur wandelen staan er vlak naast het pad 8 koeien, van het soort dat je je bij Don Quichotte voorstelt, met hoorns als lansen.
Wat nu? Terug? Van het wandelpad afgaan? Minder dan 25 meter afstand houden?
Ik sta stokstijf stil en wacht en denk aan een stripje van Charles Schultz. Snoopy staat voor een rood voetgangersstoplicht te wachten. Het stoplicht springt op groen. Snoopy blijft zitten. Linus komt voorbij, en zegt in het voorbijgaan: ‘je moet wel je benen bewegen, hoor.’ En dan zie je Snoopy ‘oeps, gênant,’ denken.
Maar wat zal ik doen? Terug wil ik echt niet, dat is me te ver, ik ben moe. De regels wil ik ook niet overtreden. Zal ik wachten tot die koeien weggaan en dan pas doorlopen? Dat kan nog wel even duren, dan sta ik hier morgen nog.
Respecteer ik de natuur? En hoe dan? Respecteer ik de dieren en loop ik over de plantjes om 25 meter afstand te houden? Respecteer ik de plantjes, en loop ik langs de koeien, waarmee ik hun rust verstoor en de plantjes intact laat? Respecteer ik mezelf en mijn eigen natuur en loop ik niet terug? Respecteer ik mijn eigen natuurlijke zorg en ontloop ik die scherpe runderhoorns?
Ik besluit de natuur te respecteren. Dat lijkt me het beste.

donderdag 29 maart 2012

Erotisch knikkeren


Hij stond in een winkel waar ze erotisch speelgoed verkochten en werd geholpen door een vriendelijke jonge juffrouw die aanzienlijk strakker in haar vel zat dan hij. Ze verkocht hem het een en ander, en verpakte alles netjes in cadeaupapier. Dat hadden ze zo afgesproken. Dat gaf het een wat feestelijk cachet.
Op de toonbank stond een vitrine, met daarin allerlei apparaten waar hij het nut maar half van begreep. Waarschijnlijk zou hij het beter hebben begrepen als hij vroeger, bij anatomieles, beter zijn best had gedaan. Dus lette hij vooral op het decoratieve karakter van de objecten. Ze waren van transparant materiaal, glas of plastic, met binnenin vrolijk gekleurde spiraalvormen.

‘Kijk,’ zei hij, ‘dat soort spiralen zaten ook in de knikkers waar ik vroeger mee speelde.’
‘Dat is zo,’ zei de juffrouw. ‘Daar speelde ik ook vaak mee.’
‘We hoeven ons er niet voor te schamen dat we geknikkerd hebben, ‘ zei de man, omdat hij vond dat hij dat moest zeggen.
‘Nee,’ zei de juffrouw geruststellend.

Maar ze wisten het allebei. Een man van middelbare leeftijd, die het in een winkel voor erotisch speelgoed over knikkeren heeft, dat heeft iets ongepasts.

woensdag 22 februari 2012

Foutloos Nederlands



Nederlands is een moeilijke taal om te beheersen, grammaticaal correct Nederlands een hele opgave.
Lang geleden had ik een collega bij een automatiseringsbedrijf. Hij was Neerlandicus. Hij vertelde me dat de meeste Nederlanders zelden tot nooit een grammaticaal juiste zin uitspreken. Ik nam dat graag van hem aan, zag hoe vaak anderen en ook ik zelf rommelden in de snelheid van het spreken. En toch tolereren we het van elkaar, we begrijpen wat we bedoelen en benutten de inhoud van het gezegde. Hoe anders is het met geschreven Nederlands. Iedere fout valt op. 
Stijlfouten, spelfouten, grammaticafouten, interpunctiefouten, logische fouten, allles wordt in het schrift zichtbaar en uitvergroot. Ik lees deze tekst door en zie ze staan, al die vergrijpen tegen het correcte Nederlands. Ik probeer ze te laten staan, probeer ze zelfs expres te maken om te zien of we toch ook bij geschreven tekst de inhoud laten prevaleren boven de regels van de taal. Maar het kost me moeite. Veel moeite. Ik heb al weer 3 fouten gezien, en er twee gecorrigeerd.

maandag 30 januari 2012

De laatste weg van een hond


Ik ben op weg naar mijn auto. Twee portieken verderop komt een somber kijkende man de trap af. Hij draagt een hondje in zijn armen. Het hondje kijkt ook somber.
Ach gut, denk ik, wat sneu. Dit wordt vast het hondje z’n laatste gang. De man gaat het beestje laten inslapen. Ik krijg warm-medelevende gevoelens. En wat zeg je in zo’n situatie?
Wij hadden vroeger ook een hond, en op enig moment heeft die ook haar laatste weg bewandeld. Ik was er niet bij, ik was op vakantie, dus ik weet niet of mensen het gezien hebben en iets gezegd hebben.
Maar goed, daar komt die man met dat hondje in zijn arm naar buiten, en ik twijfel. “Sterkte meneer”? “Ze heeft vast een goed leven met u gehad”? “Het is niet makkelijk, hè”?
Ik weet het niet zo. Ik ken de man niet goed, het is een achter-achterbuurman. Ik besluit medelevend naar hem te knikken, en stap mijn auto in. Zoef, weg.
Het is tien minuten later. Ik bedenk dat ik iets vergeten ben en rijd terug naar huis.
Nou ja! Daar loopt die man met die hond door het gras. En daar poept het beest ook nog. Ik hoop maar dat die vent de stront opruimt.
Schijthond.

maandag 19 december 2011

Heldendaad in de Kinkerstraat



Mijn broer en ik hebben een boek geschreven over heldhaftige helden en heldendaden. Het is een mooi boek geworden. We komen er zelf ook in voor, als honden-uit-het-water-redders. Wat niet in het boek staat, is dat ik ook wel eens een schoolgenoot van een smeltende ijsschots heb geholpen en mijn dochter net op tijd van een val in een diepe gracht heb weten te behoeden. Het zijn goede daden waar ik trots op ben, maar zijn ze echt heldhaftig? Nee. Ik vind van niet.
In ons boek breken we een lans voor echte heldendaden, voor zelfopofferende dapperheid, voor actieve burgerzin. Sinds het schrijven van het boek ben ik zelf ook meer gespitst op de mogelijkheden die me geboden worden om me van mijn dappere kant te laten zien.

Vandaag was het zover. Het was een donkere, regenachtige koopavond en ik fietste over de Kinkerstraat naar huis. In het vage lamplicht zag ik iemand tegen een winkelpui op de stoep liggen. Een grote man stond half over het lichaam heen gebogen, pakte het vast en sleepte het weg.
Ik dacht nog even aan de oproep 3 tikken uit te delen, maar wist niet zo snel welke. 123? 112? 114? Intern maakte ik een wegwerpgebaar. 3 Tikken! Wat een suffe oproep.
Dit was mijn kans, mijn heldhaftige moment! Ik remde, riep: “hé, jij daar, laat dat!’ en sprong van mijn fiets af. Ik rende op de grote vent en het slachtoffer af, bereid mijn eigenbelang op te offeren. Maar voor wie? "Voor wat?" bleek de betere vraag. Ik was bereid mijn eigenbelang op te offeren voor een omgevallen, verregende etalagepop.
De winkelier ging onverstoord verder met sjouwen.

maandag 14 november 2011

een kistje voor alzheimer

Ik zag vandaag de documentaire van Terry Pratchett over de zelfgekozen dood van ernstig zieke mensen (Terry Pratchett: "Choose to die"). Het was uiterst indrukwekkend, niet in het minst omdat je in de documentaire een man ziet sterven die sprekend lijkt op de vader van mijn beste jeugdvriend.

Terry Pratchett heeft alzheimer, en vreest het moment dat hij niet meer bij machte is te doen wat hij het liefste doet, en vreest ook dat hij misschien niet in staat is het juiste moment te kiezen om er dan nog iets aan te doen.

Ik heb geen alzheimer. Ik heb ook geen speciale reden om nu voor alzheimer te vrezen. Mijn ouders stierven met andere kwalen. Eén van mijn grootouders werd op 85 jarige leeftijd dement. Zo oud ben ik nog lang niet. Twee van mijn grootouders stierven een onnatuurlijke dood omdat anderen hun leven onwaardig achtten. En één grootouder stierf een natuurlijke dood op hoge leeftijd, maar in bezit van de meeste van zijn geestelijke kwaliteiten.

Toch denk ik de laatste tijd vaker aan deze kwaal. Ik vrees voor mezelf en anderen het verlies van geheugen en andere vermogens. Ik begrijp dat het korte termijn geheugen als eerste verdwijnt. Ik verzin er een dom mopje bij.

Vraagt de dove:  “sorry, wat zei je?”

Vraagt de alzheimer patiënt: “sorry, wat vroeg je?”

Daarna zal het lange termijn geheugen gaan verwarren en vervagen.

Voor het schrijven van deze stukjes graaf ik steeds in mijn geheugen. Daarnet, vanmorgen, gisteren, vorig jaar, jaren geleden en verder daarvoor ligt de bron van een deel van wat ik schrijf. Ik zoek de gebeurtenissen af met woorden en beelden en geuren en stuit al associërend op iets beschrijfbaars.  Stel dat die methode straks niet meer werkt. Wat dan?

En zo kom ik op wat ik de laatste tijd doe. Ik zoek objecten met een sterke symbolische betekenis voor gebeurtenissen, periodes, activiteiten, mensen uit mijn leven. Nu bedenk ik nog wat die objecten zijn, maar straks wil ik ze ook feitelijk bijeen garen om ze in een grote doos te doen: mijn externe associatieve geheugen.

Later zal ik er misschien gebruik van moeten maken, en zal ik dankbaar zijn voor die aardige meneer die die kist voor me gevuld heeft.

“Hoe heette die meneer? Aby? Nooit van gehoord.”