vrijdag 11 maart 2022

Buurtverhalen (13): Het servies van mevrouw De Wit


Mevrouw De Wit woonde schuin boven mij. Eén trappenhuis verder. Ooit was er een meneer De Wit, maar die leefde al een jaar of tien niet meer toen ze aangaf wel wat hulp te kunnen gebruiken. Haar boodschappentassen werden te zwaar, net als haar vuilniszakken. Nu had ze daar een huishoudelijke hulp voor, maar als die niet kon komen was ze mooi hulpeloos. 

Broers had ze genoeg. Jongere broers waar zij voor moest zorgen toen ze klein was, oudere broers die zich niet altijd als broers gedroegen, zeker niet toen zij niet meer zo heel klein was. 

De inmiddels veel ouder geworden mevrouw de Wit zag hen vrijwel nooit. De jongere broers leken te willen vergeten dat ze haar ooit nodig hadden, de oudere broers wilden zichzelf waarschijnlijk vergeten. Mevrouw De Wit kon het niet vergeten. Ze wilde het ook niet.

 

Toen de jongejuffrouw lang geleden al meer dan genoeg redenen had om het ouderlijk huis te verlaten, kwam jongeheer De Wit aanzetten. Meneer De Wit, een praktiserend katholiek, een weeskind, kwam een protestants meisje kapen. Een protestants helpstertje. Een protestants lichaam. 
Er was nog een stok gevonden om mevrouw De Wit mee te slaan, en niemand in de gemeenschap liet die kans lopen. En dus trokken de jongelingen weg van haar geboortegrond naar Amsterdam. Praktisch zonder familie. 

Toen waren ze nog fris en hoopvol. Ze zouden kinderen krijgen en gelukkig worden, dachten ze.

Ze kregen één kind, een ongelukkig kind, zoals ze dat toen noemden, én heel veel zorgen. Het ongelukkige meisje werd een ongelukkige jongedame, werd een zwaar zieke jonge vrouw, en stierf, haar ouders verpletterd achterlatend. 

Er kwam geen familielid op de begrafenis. Geen één. 

Als ik bij mevrouw De Wit kwam, zag ik de foto van het kind, het meisje, de dode, en zag ik de tranen in de ogen van de oude dame. 

Meneer De Wit ging ook dood. Ook bij hem kwam er geen familielid op de begrafenis. Geen één. 

 

Een paar maanden voor haar eigen dood vertelde ze me dat ze contact had gezocht met haar broers, voor zover die zelf nog leefden, om toch goed afscheid te kunnen nemen. De broers hadden niet zo’n interesse. Er was wel een nichtje dat langs kwam. Die had echter meer aandacht voor de prachtige, antieke porseleinen serviezen die in een sierkast stonden, dan voor de verhalen en wensen van mevrouw De Wit.

 

‘Ze zal scherven erven,’ katte het oude vrouwtje. 

Op haar laatste dag heeft ze het hele servies omvergetrokken en het leven gelaten. Strijdbaar, dat was ze wel. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten