dinsdag 12 april 2016

Alledaagse dingen: Mee-eters





Op de gymclub doe ik mijn oefeningen op de roeimachine. Vlak voor me staan andere apparaten. Traplopers. 
Een beeldschone dame klimt erop en bestijgt de treden. Stap na stap.
Ik kan mijn ogen er moeilijk vanaf houden. Ze staat immers vlak voor me. Stap. Stap. Stap.
Ik zak weg in vage fantasieën. Tot ze opeens aan haar linkerschouder krabt, en iets doet wat lijkt op het lospeuteren van een zwartkopje.
Dat doorbreekt de gedachtestroom wel.

vrijdag 25 maart 2016

Alledaagse dingen: een handje helpen


Vier mannen steunen en zuchten, kreunen en kraken. Ze trekken aan een schuifpui. Hij moet van de laadbak van een truck gehaald, en dan geïnstalleerd. De schuifpui is groot en zwaar, de mannen zijn niet sterk genoeg.
Ik stap van mijn fiets, altijd bereid om mijn krachten nuttig in te zetten. Maar dan hoor ik ze op elkaar schelden.
‘Hé, dikke homo!’ zegt eentje.
‘Slappe Turk!’ roept een ander.
Ik stap weer op mijn fiets. 
Ik ben niet te beroerd een handje te helpen, maar kan mensen ook heel goed in hun eigen sop gaar laten koken.
Misschien valt de pui wel op één van hun voeten.
Eikels.

zaterdag 12 maart 2016

Alledaagse dingen: Stoepkauwgum

Het is een vast ritueel. Iedere dag, bij het verlaten van mijn huis, inspecteer ik de stoeptegels. Tussen mijn huisdeur en de stoeprand liggen acht rijen tegels, zo’n 2 meter 40 breed. De tegels verspringen, zoals stoeptegels dat doen.
Nee, dat is te makkelijk, stoeptegels kunnen op allerlei manieren verspringen. Ze kunnen elkaar half overlappen, of voor een derde. Misschien zelfs voor een kwart. Bij mij voor de deur overlappen de tegels elkaar voor de helft.
Niet dat het hier over verspringing en overlapping gaat. Het gaat over die ene stoeptegel op de derde rij, recht voor mijn deur. Iedere dag inspecteer ik de tegel. En iedere dag zit er één uitgekauwd kauwgummetje meer op die ene tegel. Iedere dag. Precies één kauwgummetje meer.
Er is geen andere tegel in de straat waar dat gebeurt.
Geloof me. Ik ken de tegels in mijn straat.


vrijdag 11 maart 2016

Alledaagse dingen: de wenkbrauw


De man kijkt in de spiegel en ziet wenkbrauwen. Donkere, harige wenkbrauwen. Tussen de haren door een enkele huidschilfer. Meer dan een enkele. Wenkbrauwroos zou dat bestaan?

Een paar van de haren zijn dikker en stijver dan de anderen, ze staan recht omhoog of recht naar voren.


De man denkt aan zijn vader. Die had ook borstelwenkbrauwen, en vertelde tot in den treure over zijn conflicten met knipgrage kappers.

Och ja, zijn witgrijze vader. 

De man zelf heeft nog donker haar. Behalve dan dat ene uitstekende haartje. Dat is ook wit.

Hij pakt een pincet en trekt het er uit.

Zo. 
Klaar.
Weg met die herinneringen.