maandag 7 maart 2016

Alledaagse dingen: Poetsen





De taak van de poetsvrouw leek eenvoudig. Poetsen. Maar voor een vrouw van haar postuur was het soms toch te hoog gegrepen. Ze was 1 meter 40 lang en tenger. De bovenkanten van de kasten zag ze niet. De plafonds lagen buiten haar bereik. De spinnenwebben leken het eeuwige leven te hebben.
De vloer kon ze moeiteloos opschonen, behalve als er zware meubelstukken op stonden. Die kreeg ze met geen mogelijkheid verzet.
Onder de bank, een half-plompe 3-zitter, verzamelde zich het huisvuil. Ze ontdekten het bij het ontruimen van de woning.
Potloden, punaises, knikkers, een verpakt snoepje, wat muntjes. Eén rode M&M, teennagelknipsels. Onduidelijke dingen waarvan ze niet wilden weten wat het ooit waren. Plukken stof, bolletjes, rolletjes, vlokken, één zelfs in de vorm van een muis.
En een ketting met een hangertje, het bewijs van een liefde die er niet meer was.

zaterdag 5 maart 2016

Alledaagse dingen: Vlekken



De vloer is van hout. Eiken parket.
Ooit was het gelakt, maar om de plekken waar nog lak zit te vinden moet je goed zoeken. Het ziet er niet naar uit dat de bewoners zijn overgestapt op onderhoud met vloerwas. Het lijkt er meer op dat onderhoud erbij ingeschoten is.
Midden in de kamer, nee, iets terzijde van het midden, bij de piano, zit een witte vlek op de vloer. Het lijkt alsof iemand met typ-ex een ezeltje heeft willen schilderen. Een piepklein ezeltje, twee centimeter van kop tot staart.
Getekend door iemand met een piepklein talent.
Als de bewoners zich om de vloer hadden bekommerd, hadden ze het ezeltje vast verwijderd. 
Of is het gemaakt door een geliefd maar verloren kind?

vrijdag 4 maart 2016

Alledaagse dingen: Plassen




Hij is oud geworden. Het gebeurt iedereen die tijd van leven heeft, maar hij!
Ooit was hij groot en krachtig. Armen en benen van beton, een machtige snor, een pik om U tegen te zeggen.
En nu. Een verschrompeld oud ventje met krakende knietjes, een gebogen rug, trillende handjes.
Als hij moet plassen duurt het vijf minuten voordat hij bij de wc is. Plassen! Het woord alleen al. Vroeger ging hij pissen. Zijn lul legen. Een rondje klateren. Nu niet meer. Nu krijgt hij met moeite zijn rits open, wil het wateren maar niet op gang komen en vliegen de paar druppels die hij uiteindelijk produceert door zijn getril alle kanten op.
De verzorgsters hebben geklaagd over zijn vieze wc. Of hij voortaan zittend wil plassen. Allemachtig! Zittend plassen!